|
Voorbede gevraagd voor generale synode
Landelijk bestuurDe leiding van de Protestantse Kerk ligt in handen van 62 ambtsdragers. Samen vormen zij de generale synode, in gewoon Nederlands ‘het landelijk bestuur’. Zij komen minimaal twee keer per jaar bij elkaar. Hun opdracht is leidinggeven aan het leven en werken van de kerk in haar geheel. Voor de hele kerkPijl naar beneden Verder lezenWat zijn de taken van een synodelid? Synodeleden zijn allen ambtsdragers die gekozen zijn door een plaatselijke gemeente. Deze plaatselijke wijsheid en ervaring worden in de synode gebundeld en vruchtbaar gemaakt voor het welzijn van de hele kerk. Daarom wordt de synode ook wel ‘de kerkenraad van de hele kerk’ genoemd. Volgens de kerkorde bestaat de kerk uit alle gemeenten. Hun stem wordt dus ook via haar ambtsdragers in de synode gehoord en benut. InspiratieOp vrijdag 13 februari a.s. is de volgende generale synode. Preses Trijnie Bouw hoopt dat het een vergadering wordt die tot eer is van God, tot opbouw van de gemeente en een teken van hoop voor wie naar hoop verlangen. Onderstaande gebedssuggestie kunnen gemeenten gebruiken om voorbede te doen voor de generale synode: Goede God, Wij danken U dat U naar ons ben toegekomen, dat U met ons de reis van het leven bent aangegaan, van het allereerste begin tot in de eeuwigheid. Wij danken U dat wij als kerk in Uw Naam, als pelgrims onderweg naar Uw Koninkrijk, ons leven mogen leiden in verbondenheid met U, elkaar en deze wereld. Wij bidden voor wie in onze kerk geroepen zijn om ruimte te scheppen en richting te geven op welke wijze en op welke plaats dan ook. Vandaag bidden wij in het bijzonder voor wie geroepen zijn om als generale synode bijeen te komen. Geroepen om halt te houden, stil te worden, te luisteren en te spreken, en dat te doen wat namens en voor het geheel van onze kerk nodig is. U weet van de zegeningen en uitdagingen, van de vreugden en van de zorgen, in onze kerk, in onze samenleving, in onze wereld. Laat het een vergadering zijn die tot eer is van U, tot opbouw van de gemeente, en een teken van hoop voor wie naar hoop verlangen. Laat Uw Geest daar aanwezig zijn als voorganger en reisgenoot met moed en zorgvuldigheid wijsheid en lichtheid in de Naam van Jezus Uw Zoon en onze Heer Amen Agenda generale synode 13 februari 2026
lees verder |
||
|
Hanna Ploeg nieuw bestuurslid dienstenorganisatie
Hanna Ploeg is toezichthouder binnen het sociaal domein en de gezondheidszorg. Zij is belijdend lid van de Protestantse Kerk in Nederland en betrokken bij de Domkerkgemeente in Utrecht. In haar rol als bestuurslid wil Ploeg graag bijdragen aan “een goede besturing en samenwerking met het oog op het hoger doel van de kerk als lichaam van Christus en de dienstverlening aan gemeenten.” Met de komst van Ploeg bestaat het bestuur nu uit drie leden. Naast scriba Kees van Ekris, besloot het moderamen eerder preses Trijnie Bouw te benoemen tot tijdelijk voorzitter van het bestuur. Het tijdelijke bestuur buigt zich alleen over noodzakelijke lopende zaken. Moderamen en bestuur wachten met het aanvullen van het bestuur tot zes leden (het kerkordelijk vereiste aantal) tot de uitkomsten van het onderzoek naar de governance. Dit is het tweede onderzoek (naast het onderzoek naar de werksfeer en veiligheid) waartoe de kleine synode opdracht heeft gegeven. Dit onderzoek richt zich op de wijze waarop de directie en het bestuur van de dienstenorganisatie, de synode en het moderamen het beste kunnen samenwerken. lees verder |
||
|
Oproep voor oud-medewerkers dienstenorganisatie 2018-2023
Op 26 september 2025 heeft de kleine synode besloten om een onderzoek in te stellen naar de werkcultuur binnen de dienstenorganisatie. Dit onderzoek beslaat de periode 2018 tot en met september 2025. Om het onderzoek te begeleiden heeft de kleine synode een begeleidingscommissie ingesteld, bestaande uit vijf van haar leden. Voor het onderzoek wil de begeleidingscommissie graag in contact komen met mensen die in de jaren 2018 tot 2023 voor de dienstenorganisatie hebben gewerkt en die een relevante bijdrage kunnen leveren aan het onderzoek. OproepHeb jij in de genoemde periode als medewerker voor de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk gewerkt en is er voor jou een reden om mee te werken aan dit onderzoek, mail dan de begeleidingscommissie op het emailadres begeleidingscommissie@protestantsekerk.nl. Reageren kan tot en met vrijdag 20 februari 2026. lees verder |
||
|
Ds. Krijn Hak: “Een kerk die zich aan God vasthoudt, wordt zeker gezegend”
Hoe ervaar je je roeping?“Het grootste voorrecht vind ik dat ik kind van God mag zijn. Dat staat voor mij boven alles. Ik had nooit verwacht geroepen te worden tot het ambt, en juist daarom blijft het bijzonder en kwetsbaar om dit werk te mogen doen. Je kunt dit niet uit jezelf doen: je blijft afhankelijk van God en zijn Geest. Die afhankelijkheid kan zwaar zijn, maar draagt me ook. In mijn werk ben ik intensief met de Bijbel bezig, wat soms slopend kan zijn, maar ook veel inspiratie geeft. De overstap van timmerman naar predikant vereiste dat ik van doen naar denken ging, iets wat af en toe nog steeds een uitdaging is. Tegelijk is het bijzonder om in Gods koninkrijk te mogen werken en daarin vertrouwen te ervaren van mensen én van God. Mijn achtergrond in de bouw en het gewone leven neem ik mee in preken, catechese en toerusting; soms hoor je dat zelfs terug in een bouwterm vanaf de kansel.” Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Een biddende gemeente om me heen en persoonlijk een leven dicht bij God, zodat mijn ‘vaatje’ gevuld blijft met blijdschap en dankbaarheid. Als één van die twee wegvalt, wordt het ambt te zwaar.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Voor mij is het essentieel om te investeren in een persoonlijk geestelijk leven en duidelijk af te bakenen waarvoor ik geroepen ben, zodat ik mijn tijd en energie daar bewust aan kan geven. Het werk vult je hoofd en hart snel, en dat moet weer leeggemaakt worden om ruimte te maken voor nieuwe dingen. Ik maak daarom bewust ruimte voor het gezin, om piano te spelen of om te sporten. De natuur ingaan helpt ook: buiten kan ik makkelijker bidden en alles in Gods handen leggen. Van Jezus heb ik geleerd dat ‘de berg opgaan’ een waardevol ritueel is. Daarnaast hebben de lessen die ik als jongere leerde van de vervolgde kerk in China veel invloed gehad op mijn leven. Hun geloof en standvastigheid, zelfs onder grote offers, hebben mij gevormd. Het helpt mij om niet te klagen, maar vol te houden." Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?“De verkondiging: preken, toerusten en catechese geven. Ik vind het mooi om anderen te helpen de Bijbel beter te begrijpen, hen tot Jezus te leiden en toe te rusten om Hem trouw te volgen. Jongeren hebben daarbij een grote plek in mijn hart; af en toe spreek ik tijdens jongerenavonden in het land. Dat inspireert me en komt ook het werk in de eigen gemeente ten goede. Het werk vraagt veel studie en voorbereiding, wat soms eenzaam kan zijn. Daarom ben ik dankbaar dat ik regelmatig stagiaires mag begeleiden. Daarnaast biedt mijn werk in de synode een welkome afwisseling.” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“Recent volgde ik de Undefended Preaching-training van de IZB, waarin je veel leert over geestelijk leiderschap. Nu doen we de follow-up, waarin we het boek Dialoog, dans en duel: Preken voor tijdgenoten van ds. Kees van Ekris bespreken. Het is leerzaam en erg waardevol.” Zie je in je werk in de kerk dat Gods Geest aan het werk is?“Ja, dwars door de storm van de tijdgeest heen merk je Gods werk onder jongere generaties, alsof er een nieuwe golf in hen beweegt. Ze gaan met elkaar op zoek naar God, willen verdieping en antwoorden op hun vragen. Tijdens de belijdeniscatechese behandelen we de Romeinenbrief: een pittige brief, maar ze zuigen het op en willen meer. Het is bijzonder om te zien hoe hun toewijding groeit en hoe ze soms ook hun ouders daarin meenemen. Dat kan niemand anders doen dan Gods Geest.” Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?“Sinds kort maak ik in mijn werk gebruik van Logos Bijbelsoftware. Dat geeft me toegang tot veel waardevolle bronnen, onder andere van personen als D.A. Carson, Tim Keller, John Piper en R.C. Sproul. Van hen leer ik veel: ze zijn voor mij een voorbeeld van geestelijke wijsheid en volwassenheid.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“Twee belangrijke teksten zijn mijn belijdenistekst, Romeinen 1:16: “Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft.” en 2 Korintiërs 12:9: “Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Ik word telkens weer geraakt door de eenvoud en kracht van het evangelie. Sinds mijn ziekte en burn-out in 2014 merk ik dat ik minder energie heb dan ik zou willen. Ik word daardoor geconfronteerd met mijn eigen zwakheid, en tegelijk zie ik keer op keer in de Bijbel dat God juist zwakheid gebruikt.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“Een opwekking! Dat is volgens mij het antwoord op de vele vragen waar de kerk nu mee wordt geconfronteerd. Uit de geschiedenis blijkt dat de kerk dan van binnenuit wordt gereinigd en bekrachtigd, en gaat doen wat Jezus ons heeft gezegd. Ik kijk ernaar uit dat we ons als kerk vernederen en samen gaan bidden. Een kerk die zich bekeert en zich aan God vasthoudt, zal zeker gezegend worden.” lees verder |
||
|
Nu beschikbaar: online veertigdagentijdkalender voor kerkwebsites en -apps
Op je websiteIn de online adventskalender verschijnt elke dag een nieuwe inspirerende bijbeltekst en een korte overdenking. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden voor de dagelijkse veertigdagentijdmailing en ontvangen deze inspiratie dan rechtstreeks in hun mailbox. Gemeenten die de kalender op hun eigen website willen plaatsen, kunnen dat eenvoudig doen middels een widget. Ga voor de instructie voor de webmaster naar protestantsekerk.nl/widget. In je appDe veertigdagentijdkalender is dit jaar ook weer beschikbaar voor kerk-apps, in de vorm van een RSS-feed. Kijk voor de instructie voor het koppelen van de RSS-feed in je eigen beheerdersomgeving. Voor Donkey Mobile-gebruikers is de kalender beschikbaar in de Donkey Inspire-omgeving. Over de kalenderHet thema van de veertigdagentijdkalender is 'Kijk! Door Jezus' ogen' en sluit aan bij het jaarthema van de Protestantse Kerk. We verdiepen ons in belangrijke passages uit de Bijbel over Jezus. Hoe daagt Hij ons uit om ‘anders’ te kijken naar de wereld om ons heen? En wat betekent dat voor ons leven van vandaag? De kalender biedt voor elke dag een overdenking en staat vol inspirerende quotes, liederen en gebeden. Zo kunnen we met Jezus als voorbeeld op weg naar Pasen. De veertigdagentijdkalender uitdelen aan je gemeenteleden? Bestel nu lees verder |
||
|
Ontmoetingen in Israël en Palestina: diepe trauma’s, schrijnend onrecht én geloofsmoed
Kees, je hebt een intensieve reis achter de rug met veel indrukken. Kun je enkele van die indrukken beschrijven?“We hebben veel plekken bezocht, en al die plekken hebben hun eigen verhaal. Je voelt steeds diepe pijn en trauma. Als je in Tel Aviv op het station aankomt, zie je een hele grote muur met honderden stickers met foto's van alle jonge mensen die op 7 oktober 2023 vermoord of gegijzeld zijn. Je wordt aangekeken door allemaal jonge mensen die nu dood zijn. Als je daar staat, voel je iets van de impact van die gebeurtenissen - de brute moorden, de gijzelingen - op de samenleving. Een tijdje daarvoor waren we op de Westbank en maakten we mee wat voor systematische kleineringen Palestijnse christenen en moslims dagelijks ondergaan. Bij Tent of Nations, de boerderij van de Palestijnse familie Nassar, zagen we hoe Joodse kolonisten steeds dreigender opschuiven richting hun grondgebied. Je voelt de beklemming en de bedreiging. We moesten dus steeds pendelen tussen verschillende werkelijkheden. Ik kwam ontregeld terug en dat is goed. We wilden aan den lijve voelen en zien wat de mensen waar we mee verbonden zijn meemaken. Dat leidde ook echt wel tot ontmoetingen met een felle toon. ‘Horen jullie dit wel? En wat doen jullie dan? Laten jullie ons in de steek of zijn jullie bij ons?’” Beeld: Tent of Nations. Wat voor ontmoetingen waren dat bijvoorbeeld?“Een Palestijnse christen die we ontmoetten, vertelde hoe 18 familieleden in Gaza waren omgekomen. Een neefje, een oom, de oma van zijn vrouw. Geen Hamas-terroristen, maar allemaal willekeurig gedood. Hij zei: spreek je uit. Je kunt hier wel komen, maar als je terug naar Nederland gaat en je zegt hier niets over, wat is dan de zin van deze ontmoeting? Hóór je ons wel? In Tel Aviv hoorde ik óók harde woorden. Joodse stemmen zeggen: wij hebben zó’n grote aanval gehad op ons bestaan, we hebben een hele generatie verwond geraakt zien worden. En waar is jullie erkenning van ons trauma? Waar is jullie betrokkenheid? Zijn jullie alleen maar over of tegen ons aan het debatteren?” Wat zeg je als er dat soort harde woorden vallen?“Dan zeg je niks, je luistert. Ik heb gesprekken gehad waarin ik het liefst een half uur helemaal niets had gezegd. Soms omdat de verhalen over het geweld en de dood te macaber waren en de emoties te hoog. En soms ook omdat je voelt dat de kritiek terecht is. Dat het onrecht ijzersterk is. Je zwijgt omdat je dingen zou willen veranderen, maar tegelijkertijd voelt dat het onrecht aan de winnende hand lijkt. Je zou dan misschien het liefst allerlei toezeggingen doen. Maar je weet ook dat je middelen soms beperkt zijn, en dat je nog moet gaan zoeken naar de middelen die je wél hebt. Daar kun je op dat moment voorzichtig iets over zeggen, maar dat lost de directe angst en de directe dreiging niet op. Je moet je op zo’n moment geen verkeerde heldhaftigheid aanmeten.” Beeld: de op 7 oktober 2023 zwaargetroffen kibboets Be'eri. Al die pijn, al die trauma’s, maakt dat niet hopeloos?“Al deze verhalen kunnen de indruk wekken dat we vooral duistere dofheid zagen en hoorden. Maar ik heb ook geloofsallure gezien. Ik heb in twee weken lessen in moed, vastberadenheid en geloof geleerd, die me vormen. Een van de plekken die veel indruk op me heeft gemaakt, is het Rossing Center, dat zich met het programma ‘Healing Hatred’ inzet voor dialoog, gerechtigheid en vrede. De leiding van dat instituut bestaat uit een Palestijnse christen, een Joodse vrouw en een moslim. Zij vertelden hoe keihard werken het soms is om elkaar vast te houden. Hoe het zomaar kan gebeuren dat ze elkaar niet begrijpen en elkaar pijn doen. Sarah Bernstein, de Joodse directeur, vertelde hoe ze aan haar Palestijnse collega had gevraagd om zich uit te spreken over 7 oktober. Die Palestijnse collega was daardoor beledigd, omdat ze dacht: ‘Hoe durf je te denken dat ik dit goed vind?’ Maar Sarah kreeg de indruk dat ze zich niet wilde uitspreken. Daardoor ontstond grote spanning en verwijdering. Gaandeweg kwamen ze erachter wat er precies bij hen gebeurde, en konden ze erover praten. Maar het bleef een onderwerp dat grote spanning oproept, en ze nodigden ons uit om die emotie te voelen en te beleven. Tegelijkertijd zeggen ze: ja, het is moeilijk, maar het ís mogelijk om samen te leven. Wij bewijzen het. In traumasituaties is er vaak geen ruimte voor het trauma van de ander. Omdat het eigen trauma zo ontzettend groot is. Maar de groten kunnen dat wel. Die kunnen het trauma onder ogen zien én verder komen. Ik heb leiderschap gezien. Moedige Joodse én Palestijnse stemmen die zich uitspreken over onrecht én met elkaar verder willen.” Beeld: gesprek in het Rossing Center. Je gebruikt een aantal keer het woord ‘moed’.“Ik ben op zoek naar taal die recht doet aan de beleving van de afgelopen weken. ‘Moed’ en ‘hoop’ zijn eigenlijk te vlakke woorden voor wat ik bij veel mensen heb gezien. Het gaat om een sterk verzet tegen alle krachten en machten die willen vergiftigen. Een vastberadenheid om de dingen niet verder stuk te willen laten maken. We hebben het tijdens de reis veel gehad over het thema ‘complexiteit’. Rabbijn Nathan Lopez Cadozo zei: ‘Simplicity won't hold.’ Je zult complexiteit moeten aangaan, daardoorheen zien te komen, wil je met elkaar verder komen. Simpele ideologische slogans over Palestijnen of Joden, over het land en het samenleven, doen geen recht aan de complexe werkelijkheid. Zowel de Israëli als de Palestijnen hebben een diepe band met het land en met de geschiedenis ervan. De grote opdracht voor iedereen die bij dit conflict betrokken is, is om zo in het land te leven dat de ander veilig is. Vaak zag ik hoe juist geloof een bron en motivatie is om recht, gemeenschap en vreugde met en voor elkaar te zoeken. Je geestelijke bronnen doen ertoe.” Over welke geestelijke bronnen heb je het dan?“In zowel christendom, islam als jodendom zitten de aanzetten tot recht. We hebben met rabbijnen gesproken over de Profeten, waarin het bezit van land altijd voorwaardelijk is. Het gaat gepaard met de opdracht om te leven vanuit de geboden. Om recht te doen, om ruimte te geven aan de arme, de weduwe, de wees, de vijand. In de verschillende religieuze bronnen liggen meer aanzetten tot toenadering en menselijkheid dan in ideologisch-politieke stellingnames, zei rabbijn Cardozo. Het gaat dan om de geestelijke betekenis van het land: waarom we hier leven, hoe we met God en met elkaar kunnen leven.” Binnen de Protestantse Kerk leven hele sterke gevoelens rond de situatie in het Midden-Oosten. Heb je door de reis nieuwe gedachten opgedaan over hoe de kerk zich tot deze situatie zou moeten verhouden?“In Jeruzalem heb je op de grens tussen Oost- en West-Jeruzalem een bijzonder café, dat gerund wordt door een Joodse vrouw en een Palestijnse vrouw. Mensen ontmoeten elkaar, er wordt allerlei soorten muziek gemaakt. Zij hebben op die plek een ‘brave space’ gecreëerd. Een plek waar alle stemmen zich kunnen uitspreken, in alle heftigheid, maar waar ook wordt gevochten om elkaar vast te houden. Dát zijn de plekken die indruk maken en die toekomst hebben. Het DNA van de Protestantse Kerk lijkt daar een beetje op. Wij zijn verbonden met het volk Israël, én we zijn verbonden met de Palestijnse kerk, en in die kerk met het Palestijnse volk. Als je dan met elkaar een ‘brave space’ probeert te zijn, de meerstemmigheid probeert vorm te geven, recht en onrecht benoemt in heel die rafelige werkelijkheid, actie onderneemt, bidt en zoekt naar de waarheid van de ander, die je ook kan ontregelen, dan werk je mee aan de opgave om hier samen uit te zien komen. Ik geloof dat dát onze opdracht is, om vanuit dat DNA te spreken. Er zijn ook andere stemmen, met een ander DNA. Maar dit is onze stem. Ik heb het gevoel dat we het commitment naar de Palestijnse kerk en naar het Joodse volk opnieuw moeten ijken, moeten verdiepen. Dat commitment is er al, het staat in onze kerkorde. Maar we hebben met zowel de Palestijnse kerk als het Joodse volk een geestelijke, historische en existentiële band door Jezus Christus, onze Heer. Dat schept in deze tijden van oorlog en gevaar een verplichting.” Beeld: ds. Kees van Ekris en Sarah Bernstein. Ondanks de heftige verhalen, lijk je ook bemoedigd door alle ontmoetingen.“Ik voel me bevoorrecht dat ik in de buurt mocht zijn van al deze moedige mensen. Sarah Bernstein, de Joodse directeur van het Rossing Center, zei tegen ons: ‘Hoop is niet het vertrekpunt, want heel vaak voel ik helemaal geen hoop. Maar hoop is de vrucht van woede en moed. Van de woede over het onrecht dat er is, en van de moed om elke dag weer jezelf te dwingen om het werk van de vrede te doen. Hoop is de vrucht van die twee. Dat is niet iets passiefs, maar iets dat je moet dóen.’ De haat, de vervreemding, het niet in staat zijn om vrede te stichten, dat speelt hier ook. Maar ik heb tijdens deze reis ook de kracht van geloof gezien, de kracht van de kerk. De wil tot vrede, de wil tot recht, de wil tot vreugde. De wil om elkaar vast te houden. Laten we daar ook in Nederland de moed voor opbrengen." Lees ook: Van Utrecht naar Jeruzalem: hoe Wilma en Geert werken aan verbinding in Israël en PalestinaVideo's van de reisOp YouTube vind je een aantal korte video's met een impressie van de reis. Je ziet er onder andere een korte indruk van het bezoek aan de kibboets Be'eri: lees verder |
||
|
Ds. Giel Schormans: "Het beroepingswerk is een uitdagende puzzel”
Er gaat vrijwel geen dag voorbij of Giel Schormans belt, streamt of mailt met een plaatselijke gemeente, op zoek naar een nieuwe predikant. Of andersom: met een predikant die een andere gemeente zoekt. Schormans is predikant voor het beroepingswerk binnen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk. Wanneer zoekt een plaatselijke gemeente contact?“Als ze vacant zijn en zoeken naar een nieuwe predikant. Wij helpen daar op verschillende manieren bij. Bijvoorbeeld met materiaal voor beroepingscommissies, zoals het online stappenplan voor het beroepingswerk. Ook denken mijn collega Marcel Zijlstra en ik tijdens de procedure mee met gemeenten en predikanten, en adviseren we langdurig vacante gemeenten, waar het niet lukt om een predikant te vinden.” Lijst met namen“Jaarlijks krijgen wij ongeveer 300 aanvragen voor advieslijsten. Kerkenraden van vacante gemeenten zijn volgens de kerkorde verplicht om zo’n advieslijst aan te vragen. Van veel predikanten weten wij, door gesprekken of online via het extranet, of ze openstaan voor een beroep. Op basis van de profielschetsen van de nieuwe predikant en de gemeente maken wij een lijst met 10 tot 15 namen van mogelijke kandidaten. Dat zijn predikanten die zouden kunnen passen bij het profiel, bij de gemeente, het aantal beschikbare uren en de regio.” Zo eenvoudig is het?“Het beroepingswerk wordt complexer. Predikanten kopen vaker een huis en zijn daardoor gebonden aan de regio waar ze wonen. Je hebt te maken met het werk van een eventuele partner, de schoolcarrière van kinderen, mantelzorg voor ouders, familie en vrienden. En ook met parttime aanstellingen en lange beroepingsprocedures. Dat maakt het voor gemeenten lastig om iemand te vinden. Voor ons is het een uitdagende puzzel om te ontdekken wie waar het beste zou passen.” Ben je zelf betrokken bij een lokale gemeente?“Ik ben meelevend lid van de Martini-wijkgemeente in de Oude Kerk van Voorburg. Ik was daar 7 jaar predikant, samen met mijn vrouw Leneke Marchand. Zij is daar nog gemeentepredikant. Op zondag preek ik regelmatig door het hele land, ook om gemeenten te leren kennen.” Helpt het dat je zelf predikant bent?“Ik weet wat het werk inhoudt en ken het ambt van binnenuit. Daardoor voer ik gemakkelijker gesprekken met predikanten en proponenten. En ik ken de kerk van binnenuit, waardoor ik bijvoorbeeld profielschetsen beter kan lezen. Beroepingswerk is veel meer dan praktisch personeelswerk. Er is ook sprake van een geestelijke dimensie en een theologische visie.” Neem je ervaringen van gemeenten mee in je dienstverlening?“Veel gemeenten merken dat er minder wordt gereageerd op advertenties. Wij denken mee: hoe kan het anders? Wat niet helpt, is dat vanwege de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) het Jaarboek niet meer verschijnt. Wij hopen dit jaar een onlineversieVerder lezenE-jaarboek in aantocht. Predikant, check je persoonsgegevens in extranet! uit te brengen binnen het digitale portaal van de Protestantse Kerk. Vaak zijn de profielschetsen te algemeen, zoals: ‘Wij willen dat de predikant de Bijbel uitlegt in begrijpelijke taal met actualisering naar het heden.’ Met ons materiaal helpen we gemeenten hierover een gesprek te voeren en daarin preciezer te zijn.” Heb je een recent voorbeeld van een geslaagd advies?“Een oudere predikant wilde graag naar een andere gemeente, maar was vanwege een eigen huis gebonden aan zijn woonplaats. Ik noemde zijn naam als optie bij een beroepingscommissie. Voorwaarde was dat zij accepteerden dat hij niet woont in de plaats waar hij werkt. Er volgde een geslaagd beroep: gemeente blij, predikant blij. Door het groeiende predikantentekort zal het vaker voorkomen dat een predikant niet woont in de plaats waar hij of zij werkt. Met een werkruimte in of bij de kerk en gelegenheid ergens te overnachten werkt dat prima. ” Ik kom weleens in gemeenten waar het vacant-zijn prima bevalt …“Dat is mooi, want het tekort aan predikanten zal steeds voelbaarder worden. In Friesland is een groot deel van de gemeenten vacant. In Groningen en Drenthe is in 2028 twee derde van alle gemeenten vacant. Wij gaan naar de situatie toe waar je niet langer voor elke gemeente een predikant vindt. Dan komen andere vormen van gemeente-zijn in beeld, zoals intensieve samenwerking en lekenpredikers.” lees verder |
||
|
Actie Kerkbalans zet jongeren centraal: ‘Zij zijn de kerk van nu’
Actie Kerkbalans richt zich de komende jaren nadrukkelijk op de jonge generatie in de kerk. Jongeren worden niet alleen betrokken bij het geven, maar ook bij het bredere gesprek over wat het betekent om samen kerk te zijn. Dat vraagt van kerkenraden dat zij nu alvast nadenken over de koers die ze willen inslaan. Jongeren meer betrekkenDe aandacht voor jongeren maakt deel uit van een bredere beweging binnen Actie Kerkbalans om nieuwe doelgroepen aan te spreken. Zo is er een ‘kerkzoeker’ ontwikkeld: een pagina op de website van Actie Kerkbalans die niet-kerkleden helpt een kerk in de buurt te vinden om een gift te doen. Daarmee wordt het ook voor mensen buiten de kerk mogelijk om bij te dragen aan het werk van de kerk of aan het behoud van een kerkgebouw in hun wijk of dorp. Daarnaast wordt gewerkt aan plannen om jongeren structureel meer te betrekken bij Actie Kerkbalans en bij het kerkelijk leven. ‘Genade is gratis, maar de kerk niet’Tijdens de openingsbijeenkomst voor Actie Kerkbalans 2026 gingen mgr. Rob Mutsaerts, hulpbisschop van het bisdom ’s-Hertogenbosch, en Corina Nagel-Herweijer in op het belang van betrokkenheid van jongeren. Nagel-Herweijer benadrukt dat jongeren volwaardig moeten meedoen in alle aspecten van kerk-zijn, ook als het gaat om financiën. “Genade is gratis, maar de kerk niet”, zegt zij. “Juist daarom is het belangrijk dat jongeren serieus worden genomen.” Tegelijk waarschuwt zij voor twee risico’s. “We moeten voorkomen dat jongeren in een vergrijzende kerk vooral worden gezien als oplossing voor een begrotingstekort. En we mogen jongeren niet instrumentaliseren: hun waarde zit niet in wat ze geven, maar in wie ze zijn.” Volgens Nagel-Herweijer roept het betrekken van jongeren bredere vragen op binnen de kerk: wat betekent het om samen kerk te zijn, wat is het doel van de lokale gemeenschap en hoe dragen jong en oud samen verantwoordelijkheid? “We mogen jongeren vragen om bij te dragen, maar wel passend bij hun levensfase.” Kerk-zijn draait om gemeenschapMgr. Mutsaerts sluit daarbij aan. “Kerk-zijn gaat niet in de eerste plaats over geld, maar over gemeenschap, zin en hoop. Tegelijk geldt: zonder middelen kan ook een kerk niet blijven bestaan. Dat is vergelijkbaar met een voetbalclub: geld is niet het doel, maar wel noodzakelijk.” Het gaat daarbij niet om de hoogte van het bedrag, benadrukt Nagel-Herweijer. “Belangrijker is dat jongeren nadenken over vragen als: van wie is mijn geld en wat wil ik ermee doen? Een vast ritme van geven is in deze levensfase vaak waardevoller dan een hoog bedrag.” Geven is meer dan geldVolgens mgr. Mutsaerts begint geven al lang voordat het over financiële steun gaat. “Geven is ook je tijd inzetten, je talenten delen, je stem laten horen en verantwoordelijkheid nemen. Financieel bijdragen hoort daarbij, maar het gaat vooral om de houding: ik hoor erbij en ik wil dat deze gemeenschap toekomst heeft.” Steeds vaker kloppen jongeren zelf aan bij de kerk, merkt hij op. “Voor veel jongeren is de kerk één van de weinige plekken zonder prestatiedruk. Ze zoeken zin, hoop en iets dat groter is dan henzelf.” Ondersteuning voor kerkenradenActie Kerkbalans ondersteunt jaarlijks meer dan 2000 gemeenten (waaronder gemeenten binnen de Protestantse Kerk) en parochies bij het organiseren van de grootste financiële inzamelingsactie voor de lokale kerk. Via kerkbalans.nl is ondersteunend materiaal te vinden voor een succesvolle lokale actie. De kerkenraad is verantwoordelijk voor de beleidsvorming rond Actie Kerkbalans: het bepalen van financiële doelstellingen, het formuleren van de boodschap en het creëren van draagvlak binnen de gemeente. Door nu al vooruit te kijken en jongeren actief mee te nemen in de plannen voor de volgende actie, kan een gemeente aansluiten bij de koers die Actie Kerkbalans inzet. Zie ook: Actie Kerkbalans | Protestantse Kerk in Nederland lees verder |
||
|
E-jaarboek in aantocht. Predikant, check je persoonsgegevens in extranet!
Om er zeker van te zijn dat de gegevens van predikanten bij de lancering correct zijn, is het goed als predikanten hun gegevens in extranet controleren. De komende weken krijgen predikanten hier groepsgewijs mails over. Predikanten hoeven niet op deze mail te wachten, maar kunnen ook zelf alvast controleren of hun gegevens in extranet kloppen. Ook kunnen ze van sommige gegevens aangeven welke er zichtbaar mogen zijn in het e-jaarboek. Kerkelijk werkers mogen uiteraard ook al hun gegevens gaan controleren, maar zullen later dit jaar actief benaderd worden met dit verzoek. Dat dit later gebeurt, heeft ermee te maken dat er nog gewerkt wordt aan het correct weergeven van de bevoegdheden van de kerkelijk werker. Korte samenvatting
|
||
|
Gratis vakantie voor 100 gezinnen op bijstandsniveau in 2026
Het Vakantiebureau biedt deze vakanties aan in samenwerking met RCN Vakantieparken vanuit de gezamenlijke diaconale opdracht vanuit de Protestantse Kerk in Nederland. Diaconieën en andere maatschappelijke organisaties kunnen van 1 t/m 28 februari 2026 gezinnen aanmelden. Gezinnen kunnen zelf een voorkeursperiode opgeven voor een vakantie in een bungalow, mobil home of safaritent op één van de RCN Parken in Nederland. Hoe werkt het?
VakantiebureauHet Vakantiebureau organiseert al meer dan 60 jaar vakantieweken in Nederland voor circa 2300 mensen met een zorgbehoefte en eenzame ouderen. Wil je meer informatie over alle mogelijkheden, of als vrijwilliger mee met een vakantieweek? Lees meer op hetvakantiebureau.nl. Lees ook: Diaconale vakanties: vakantiepret voor duizenden mensen met zorgvraaglees verder |
||
|
Pictogrammen voor beamer, kerkblad en website - nieuw: in memoriam, kindermoment en meer
Voor alle onderdelen van de liturgie in de kerkdienst zijn pictogrammen gemaakt. Van collecte tot preek, van gebed voor de wereld tot de zegen, aan alle elementen is gedacht. De pictogrammen zijn geschikt om te gebruiken op de beamer, in het kerkblad of op de website. De illustraties zijn gemaakt door Linda Verholt. Herkenbare afbeeldingenHet idee om pictogrammen te maken die alle gemeenten kunnen gebruiken ontstond na een oproep van ds. Harmke Heuver van de Protestantse Gemeente Lexmond in een facebookgroep voor predikanten. Ze vroeg of de afbeeldingen in de online serie over de orde van dienst ook in lokale kerken gebruikt mochten worden. Naar aanleiding daarvan is een set pictogrammen in zwart-wit gemaakt die nu beschikbaar is voor alle gemeenten. De afbeeldingen komen overeen met die in de online serie. Een pré, volgens ds. Den Hertog. “Het beeld bekrachtigt dat wat gezegd wordt, en het gebruik van dezelfde afbeeldingen vergroot de herkenbaarheid. Dat is belangrijk voor het geloofsonderwijs in de kerk.” StickervelDen Hertog gebruikt de pictogrammen in gezinsdiensten. De reacties zijn positief: “Gemeenteleden vinden dit een mooie manier om de kinderen bij de dienst te betrekken. Ze weten nu precies wat het volgende onderdeel is in de dienst.” Om de pictogrammen te introduceren in zijn gemeente, maakte ds. Den Hertog een stickervel. Tijdens een gezinsdienst deelde hij het stickervel met alle pictogrammen uit. Als het plaatje tijdens de dienst op de beamer in beeld kwam, konden de kinderen het betreffende pictogram op hun kaart plakken. “Als de kaart vol was, kregen ze een prijsje. Het was een leuke manier om de pictogrammen te introduceren.” Visueel ingesteldDs. Den Hertog kan het andere gemeenten aanraden de plaatjes te gebruiken. “De samenleving is steeds meer visueel ingesteld. Vooral bij kinderen en jongeren spelen plaatjes en beelden een steeds grotere rol. Met deze pictogrammen geef je in een oogopslag meer informatie dan met gesproken woorden. Dat geeft ook verdieping in het geloofsonderwijs.” DownloadenDe pictogrammen ook gebruiken in je kerkdienst of kerkblad? Je kunt ze hier downloaden. lees verder |
||
|
Begeleidingscommissie kiest onderzoeksbureau voor werkcultuuronderzoek dienstenorganisatie
Volgens de begeleidingscommissie kwam AEF als beste naar voren uit een selectie van negen benaderde bureaus. Het bureau scoorde hoog op ervaring met cultuur- en veiligheidsonderzoek, affiniteit met de rol en positie van de Protestantse Kerk, deskundigheid, capaciteit en een empathische en betrokken onderzoeksaanpak. Inhoud van het onderzoekHet onderzoek richt zich op de werkcultuur en sociale veiligheid binnen de dienstenorganisatie in de periode 2018 – 2025. In dit onderzoek zullen de ervaringen van (oud-)medewerkers, leidinggevenden, directie, bestuur en moderamen meegenomen worden. Dit zal uiteindelijk mogelijke verbeteringen en bouwstenen op moeten leveren voor een veilige, open en toekomstbestendige werkcultuur. PlanningHet geselecteerde bureau is inmiddels gestart met het onderzoek. Het streven is dat de resultaten van het onderzoek in april worden gedeeld met de opdrachtgever, de begeleidingscommissie van de kleine synode. lees verder |
||
|
Meld jouw project aan voor Jongerenprijs van Fonds Kerk en Wereld
Jongeren en jongerenorganisaties kunnen hun project indienen en maken daarmee kans op de hoofdprijs van €15.000. De prijsuitreiking vindt plaats op 10 april 2026, tijdens het Jongerenprijsdiner in de Joriskerk in Amersfoort. Aanmelden kan tot 1 februari 2026 via jongerenprijs.nl. Platform voor hoopvolle initiatievenMet de Jongerenprijs wil het fonds ruimte geven aan een hoopvol geluid in een tijd waarin jongeren vaak vooral in verband worden gebracht met stress, eenzaamheid en mentale klachten. De prijs laat zien dat jongeren volop ideeën hebben om bij te dragen aan verbinding, ontmoeting en een rechtvaardiger samenleving. Dat bleek ook uit eerdere edities. Zo won in 2023 het project De Kas in DrachtenVerder lezenDe Kas: waar vanuit Jezus’ liefde wordt omgezien naar jongeren, dat met activiteiten jongeren helpt hun talenten te ontdekken en relaties op te bouwen in de stad. Jury en prijzenAlle inzendingen worden beoordeeld door een jury met ervaring in jongerenwerk en maatschappelijke betrokkenheid. Onder de juryleden zijn onder meer Júlia Herku (jonge Theoloog des Vaderlands 2024-2025), zanger Marc Floor en jongerenwerker en influencer Godwin Arhin. Herku kijkt uit naar de inzendingen: “Het is inspirerend om te zien hoe creatief en vernieuwend jongeren zijn. Hun stem heeft unieke kracht om richting en hoop te geven. Dat maakt het bijzonder om deel uit te maken van deze jury.” De jury kiest drie prijswinnaars. Daarnaast brengen alle deelnemers een stem uit voor de publieksprijs. Over Fonds Kerk en WereldDe Jongerenprijs is een initiatief van Fonds Kerk en WereldVerder lezenKerk en Wereld, een fonds binnen de Protestantse Kerk dat activiteiten stimuleert en ondersteunt op het snijvlak van geloof en samenleving. Projecten dienen aan te sluiten bij minimaal één van de speerpunten van het fonds: verbinden en ontmoeten, het christelijk geloof actualiseren of bevorderen van sociale cohesie. lees verder |
||
|
Brief van de preses - Collegialiteit
Beste collega’s, In deze eerste maand van het nieuwe jaar wil ik jullie, mede namens scriba Kees van Ekris en de andere moderamenleden, zegen en alle goeds toewensen. Het hart van onze kerk klopt in lokale gemeenschappen, en jullie zijn daar te vinden. Prachtig werk, veelzijdig, en het doet ertoe. Dus hopelijk werken jullie met vreugde. Maar we weten dat dat niet altijd het geval is. Soms is het best een eenzaam avontuur, terwijl juist dan collegiaal optrekken fijn zou zijn. Collegialiteit, wat is dat eigenlijk? Dat je met elkaar kunt lezen en schrijven, elkaar aanvoelt en met plezier samen optrekt? Dat je in alle veiligheid van gedachten kunt wisselen over waar je tegenaan loopt in de met ons werk gegeven spanning tussen vrijheid en verantwoording afleggen, tussen roeping en professie? Bedreigingen collegialiteitZo’n soort collegialiteit is een groot goed. Maar in ons werk spreekt dat niet vanzelf en gaat dat niet vanzelf. Er is het nodige dat collegialiteit bedreigt. Verschil in theologische visie, verschil in positie, verschil in werkzaamheden, verschil in soort gemeente, verschil in populariteit, verschil in werkdruk en werklast, verschil in omgaan met de balans tussen werk en privé, verschil in prioriteitstelling, verschil in opvatting over politiek-maatschappelijke kwesties, verschil in persoonlijkheid. En zo kan ik nog wel even doorgaan. En als optrekken met collega’s meer kost dan geeft, is erin investeren nou niet bepaald voor de hand liggend. Maar als je het geheel van het leven en werken van de kerk overziet, is samen optrekken steeds meer wenselijk en zelfs noodzakelijk. De kerkelijke werkelijkheid en praktijk verandert, en verandert snel. De krimp zet onmiskenbaar door. Gemeenten worden opgeheven of gaan samen. De komende jaren gaan naar verhouding veel predikanten met emeritaat en zal het gebrek aan voorgangers toenemen. Naast de predikant wordt ruimte gemaakt voor de pastor en zal ook de kerkelijk werker een meer volwaardige plaats krijgen. Pioniersplekken en categoriaal pastoraat hebben hun eigen dynamiek, waarbij de verbinding met de rest van de kerk soms node wordt gemist. Het karakter en de vitaliteit van (semi)lokale gemeenschappen zullen steeds uiteenlopender worden. En de bestuurskracht van ambtsdragers en andere kerkleden wordt kwetsbaarder, terwijl de vraagstukken groter worden. De ongelijktijdigheid in al deze ontwikkelingen is behoorlijk groot, ik weet het. En toch, het geheel overziend: samen optrekken zal meer dan ooit nodig zijn. Collegialiteit als houdingHierboven schetste ik een ideaalplaatje van collegialiteit en noemde ik verschillen als bedreiging. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Is collegialiteit niet juist een houding die je beoefent te midden van alle verschillen? Dat je de ander respecteert in eigenheid en eigen positie, en tegelijk weet van een gezamenlijk doel en gezamenlijke roeping. Dat je weet dat je niet elkaars vrienden hoeft te zijn om toch samen te kunnen werken. Dat je daarom niet óver die ander, maar mét die ander praat als iets je dwars zit. Dat je elkaar geen vliegen afvangt en niet voor het blok zet, maar elkaar wat gunt en toevertrouwt. Vertrouwen is voor mij persoonlijk sowieso een kernwoord als het gaat om collegialiteit. Collegialiteit. Dit moderne begrip klinkt weinig theologisch. Toch klinkt hier voor mij wel degelijk een Bijbelse grondhouding in door. Want hangt elke gemeente, elke geloofsgemeenschap er niet van aan elkaar? Of je nou bezoldigd of onbezoldigd je werk doet, met of zonder opleiding, met of zonder ambt. Zijn we als leden van het ene lichaam van Christus niet allemaal op elkaar aangewezen en van elkaar afhankelijk? Zijn we net als de discipelen per definitie niet als enkeling maar in collegialiteit geroepen? Collegialiteit, soms gaat het vanzelf, soms is het hard werken. Van harte hoop ik dat juist je ambt, je roeping, hoe jij die ook in geloof verwoordt, je mag aansporen en bemoedigen om collegialiteit nooit te idealiseren, maar wel altijd te beoefenen. Geholpen door de Geest met een geest van licht en lichtvoetigheid. In Christus collegiaal verbonden, Trijnie Bouw lees verder |
||
|
Geestelijk verzorger Egbertina: “Wanneer werkt Gods geest in gesprek?”
Hoe ervaar je je roeping?“Tijdens mijn studie wilde ik de kerk in en de preekstoel op, maar een docent dacht dat ik beter op mijn plek zou zijn in een instelling. Mijn eerste stage, in het Martiniziekenhuis in Groningen, was fantastisch. Toen ik meeging naar een zitting van de medisch-ethische toetsingscommissie ontdekte ik hoeveel betekenis je kunt hebben als geestelijk verzorger: je hebt een stem, geestelijke verzorging is niet ‘iets erbij’. Ik voel me geroepen om de mensen die bij ons verblijven een luisterend oor en een warm hart te bieden, niet om het evangelie te verspreiden." Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Vooral de mensen om me heen: de bewoners en de zorgcollega’s. Ik heb er behoefte aan om samen met collega’s ervaringen te delen en casussen te bespreken. Geen eilandjes vormen, weten dat we het samen doen. Daarom probeer ik altijd zichtbaar en benaderbaar te zijn.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Het is nog nooit gebeurd, maar ik heb wel momenten gehad waarop ik naar mezelf aan het kijken was terwijl ik aan het werk was, het gevoel dat ik zelf niet meekwam. Ik heb de neiging om alles te willen doen, maar dat kan niet. Het heeft me geholpen om er met een psycholoog over te spreken. Die leerde me om me meer te beperken tot de taken die echt bij me horen. Ik ben daar trouwens nog steeds niet zo goed in, ik word ook ongelukkig als ik bepaalde dingen niet meer zou doen.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?"Het werk in de woongroepen: de gesprekken met bewoners en zorgverleners. Laatst besprak ik met een zorgcollega dat ik zo graag zou willen weten wat er omgaat in het hoofd van een man met jeugddementie, zodat we hem echt kunnen helpen. Zij voelde precies hetzelfde. Het deed me goed om te horen dat iemand die altijd maar aan het rennen is er net zo in staat, dat was voor mij een geluksmomentje.” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“De opleiding ‘Sensorische informatieverwerking bij dementie’: hoe prikkels binnenkomen bij en verwerkt worden door mensen met dementie. Sinds die opleiding zie ik nog meer aan de bewoners, aan hun houding – of ze angstig zijn bijvoorbeeld.” Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?“Op een dag was er een moment dat ik dacht: wat zal ik nu eens gaan doen? Een van de bewoners kwam voorbij, pakte me bij mijn middel en zette me letterlijk neer bij een groep vrouwelijke bewoners. Ik grapte: ‘Ik ben hier afgeleverd, mag ik erbij zitten?’ We hadden prachtige gesprekken, het voelde alsof het geleid werd. Ik ervaar dat vaker wanneer ik verbinding tot stand kan brengen tussen mensen, en zelf ook die verbinding aanga.” Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?“Het boek ‘Zeg ja bij dementie’ van Freya Flach en Hanneke van de Pol. Een eye-opener. We proberen mensen met dementie vaak te corrigeren. Dat werkt niet: ze schamen zich en hebben het gevoel dat ze dingen niet goed doen. Dit boek laat zien hoe je mee kunt gaan in hun beleving. Dat levert minder frustratie op, en meer grip op wat ze doormaken.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“In deze tijd van het jaar schiet me vaak deze zin te binnen: ‘En Maria bewaarde al deze woorden in haar hart.’ Ik bewaar al deze mensen en verhalen in mijn hart. De Bijbel is een boek over liefde: dat is de rode draad, dat wordt van ons gevraagd. Als je bereid bent de wereld met liefde tegemoet te treden, dan doe je het goed.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“Mijn droom is dat alle kerkgenootschappen en modaliteiten samenkomen in één kerk. Dat alle muren wegvallen en we het samen doen. Daarnaast pleit ik ervoor dat kerken naast de zondagse vieringen andere momenten van openstelling hebben. Ik houd van kerken die de hele week open zijn, waar je naar binnen kunt om een kaarsje te branden maar ook om koffie te drinken en een spelletje te doen. De kerk als vrijplaats voor iedereen.” lees verder |
||
|
Van Utrecht naar Jeruzalem: hoe Wilma en Geert werken aan verbinding in Israël en Palestina
Wilma Wolswinkel is relatiebeheerder bij Kerk in Actie en Geert de Korte is ‘onze man in Israël’. Wolswinkel werkt sinds 2018 voor Kerk in Actie. Zij studeerde Internationale Betrekkingen en werkte eerder voor de GZB, de Gereformeerde Zendingsbond, en het Centrum voor Israëlstudies. Twee dagen per week is zij diaconaal werker in de Nieuwe Kerk in Utrecht. Geert de Korte werkt sinds 2023 voor het Centrum voor Israëlstudies in Jeruzalem. Sinds mei 2025 vertegenwoordigt hij daar ook de Protestantse Kerk in Nederland. Hij is lid van de Gereformeerde Gemeente Dordrecht en gastlid van de hervormde wijkgemeenten 2 en 7 in Dordrecht. Hij doet promotieonderzoek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Van 6 tot en met 15 januari reist een delegatie met scriba Kees van Ekris door Israël en Palestina. De Korte en Wolswinkel organiseren de reis, die voert langs organisaties en initiatieven aan Israëlische en Palestijnse kant. Met wie werkt de Protestantse Kerk in Israël en Palestina samen?Wolswinkel: “Aan Palestijnse kant zijn dat vooral Palestijnse christenen, zoals de Lutherse kerk en Sabeel, het oecumenisch centrum voor Palestijnse bevrijdingstheologie. Aan Israëlische kant zijn het ‘shared society’ organisaties als Nes Ammim en het Rossing Center, die zich inzetten voor een Israëlische samenleving waar alle bevolkingsgroepen gelijk worden behandeld en gewaardeerd. Ook werken wij samen met organisaties die opkomen voor de rechten van specifieke bevolkingsgroepen, zoals Palestijnse Israëliërs, Joodse minderheden (Russisch, Arabisch, Ethiopisch), Palestijnse werkers uit de Westbank en Gaza en arbeidsmigranten uit Azië en Afrika. De Korte: “Ik werk samen met de Interfaith Encounter Association. Zij faciliteren ontmoetingen tussen Palestijnen en Israeli’s, Joden en moslims, en vrouwengroepen. Ik begeleid twee groepen waarin Joden en christenen, gewone mensen en theologen, samen het Nieuwe Testament bestuderen. Twee andere partners zijn leerinstituten: het Schechter Instituut en het Fuchsberg Jerusalem Center. Momenteel bestudeer ik bij Fuchsberg het Joodse gebed. Wat ik daar leer, geef ik via lezingen door aan de Nederlandse kerken.” Waar bestaat jullie werk uit? De Korte: “In de dialoog verdiepen wij het nadenken over de Joodse context van het Nieuwe Testament. Christenen komen erachter dat het Nieuwe Testament een verrassend Joods boek is, terwijl men het aan Joodse kant vooral ziet als een boek voor christenen.” Wolswinkel: “Mijn voornaamste taak is: zorgen dat onze partners het geld krijgen dat Kerk in Actie voor hen begroot. Rond de start van een nieuw contract zijn er intensieve contacten. Gedurende het jaar houden we elkaar op de hoogte van de ontwikkelingen, met online-gesprekken en ontmoetingen die door onze partners zeer worden gewaardeerd. Wij krijgen ook kritische vragen terug: ‘Wat betekent christelijke solidariteit als er een genocide plaatsvindt? Zijn wij vooral een diaconaal project of zijn wij ook gelijkwaardige gesprekspartners?’” Hoe ziet het programma van de reis er uit?De Korte: “In het Fuchsberg Center doen we een studie rond de titel van de synodenotitie ‘Uw Koninkrijk kome’Verder lezenSynode aanvaardt nota ‘Uw koninkrijk kome’ over relaties met Joden en Palestijnse christenen . Twee bevriende rabbijnen geven een Joods perspectief op Gods koninkrijk. Daarna vertel ik erover vanuit de christelijke traditie, waarna wij met elkaar in gesprek gaan over de betekenis ervan voor deze tijd. Is Gods koninkrijk particulier, alleen voor Israël, of universeel, voor alle volken? Daarnaast spreken wij met diverse andere rabbijnen en hopen we een bezoek te brengen aan een getroffen kibboets bij Gaza. Wolswinkel: “Wij trekken een middag op met Omar Harami in Oost-Jeruzalem, directeur van Sabeel Jerusalem. Op het Bethlehem Bible College ontmoeten wij Palestijnse theologen en leiders van lokale christelijke gemeenschappen. Wij bezoeken ook Nes Ammim en Tent of Nations, de educatieve boerderij van de Palestijns-christelijke familie Nassar. Tot slot zijn we aanwezig bij de wijding van de nieuwe Lutherse bisschop in Jeruzalem.” Wat merken lokale gemeenten van deze reis?Wolswinkel: “De delegatie hoort wat onze partners in Israël en Palestina meemaken. Dat zal behulpzaam zijn voor het voortgaande gesprek in Nederland. Het gaat daarbij zowel over het publiek spreken van de kerk als over het gesprek in lokale gemeenten. Het risico bestaat dat mensen afhaken van Israël en Palestina: te emotioneel, te moeilijk Pijl naar beneden Lees ook:Wat maakt het gesprek over Israël en Palestina zo lastig in de kerk, en wat kun je daaraan doen? . Ik pleit ervoor om zowel het lijden en het onrecht aan Palestijnse kant te zien én tegelijk oog te houden voor de Joodse trauma’s en pijn.” De Korte: “In deze reis wordt geluisterd naar beide kanten. Een van onze partners zal zeker vragen stellen over de rol van de kerk in de bestrijding van antisemitismeVerder lezenProtestantse Kerk over bestrijding antisemitisme. Wij hebben als kerk kilo’s boter op ons hoofd in de omgang met Joden. Veel stereotypes over JodenVerder lezenAnti-judaïsme in de kerk hebben hun wortels in het kerkelijke verleden. Beide kanten stellen vragen aan onze kerk. Dat schuurt soms, maar wel het zijn relevante gesprekken voor de situatie in Nederland.Er is hier oorlog, aan beide kanten zijn er spanningen, verdriet en trauma, onzekerheid, onveiligheid. Zouden ze om de tafel zitten, wat nu onmogelijk is, dan ontdekten zij dat ze veel gemeenschappelijk hebben, eenzelfde verlangen naar vrede en veiligheid. Dat is de tragiek van deze regio.” Jullie werk bevindt zich in het midden van het conflict.De Korte: “Ik ben in dit conflict een betrokken buitenstaander, ik ben geen partij. Dat wil ik ook niet zijn. Daardoor kan ik naar iedereen luisteren, met iedereen in gesprek gaan. Ik kan in Bethlehem met iemand praten en goed luisteren, én met een kolonist uit Hebron. Bij beiden kan ik nu en dan theologische jeuk en kriebels krijgen, maar ik luister wel. Ik liet tranen om de Israëlische gegijzelden en kan net zo verdrietig zijn als ik denk aan de Gazanen en wat zij op dit moment meemaken.” Wolswinkel: “Ik wil ook geen onderdeel worden van het conflict. Tegelijk zit ik er middenin. Online ontmoet ik partners die er vanwege de oorlog mentaal en fysiek compleet doorheen zitten. Dat laat me niet koud. De polarisatie in de kerk rond dit onderwerp kan heel heftig zijn en is soms ook een groot contrast met onze eigen partners ter plekke. Natuurlijk hebben wij Palestijnse partners die behoorlijk fel zijn, dat begrijp ik volkomen. Tegelijkertijd zeggen ze: wij moeten hier met elkaar uitkomen, elkaar vasthouden.” De Korte: “Eén van mijn Joodse contacten zei: ‘Zeg tegen jullie mensen dat ze niet pro-Israël of pro-Palestijns moeten zijn, maar pro-peace'.” Bekijk ook de onderwerppagina 'Israël en Palestina'Op de onderwerppagina Israël en Palestina wordt een diversiteit aan materialen geboden om dit onderwerp een plek te geven in de gemeente, juist als meningen verschillen. Het materiaal biedt geen pasklare antwoorden, ook is het geen one size fits all-verhaal. Eerder is het materiaal voor een gezamenlijke trektocht, een pelgrimage, waarbij het koninkrijk van God, het rijk van vrede en recht, het kompas en de richtingwijzer is. Het materiaal is niet af. Onderweg wordt steeds weer bijgeleerd. Deze pagina zal daarom geregeld aangevuld worden met nieuwe artikelen en werkvormen. lees verder |
||
|
Geestelijk verzorger Jolien Bos: “Samen zoeken naar wat goed doet”
Hoe ervaar je je roeping?“Als ‘op mijn plek zijn’. Mijn werk is heel veelzijdig, ik ben voortdurend bezig met wat mensen raakt, in negatieve en positieve zin. Samen met hen zoek ik naar wat hen goed doet. Maar niet alles is op te lossen en dan voel ik het ook als mijn roeping om het samen uit te houden. Daarnaast ervaar ik roeping bij het praten met mensen over ervaringen die ze zelf moeilijk kunnen duiden. Ervaringen die hen het gevoel geven dat hemel en aarde met elkaar verbonden zijn. Het is van betekenis om daar niet aan voorbij te hollen, maar samen te doorvoelen wat dit met iemand doet.” Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Vooral vertrouwen van de mensen met wie ik werk. Dat merk ik in het gevoel dat ik welkom ben, met mijn kwaliteiten én met mijn tekortkomingen. Dat gezien wordt dat mijn intentie goed is, ook als er eens iets misgaat. Daarin zijn onze bewoners goede leermeesters. Zij voelen vaak haarscherp aan of iemand te vertrouwen is en hen behandelt vanuit gelijkwaardigheid. Als je dat doet, dan ben je meer dan welkom en is het geen ramp als er eens iets misgaat. Wat voor hen geldt, geldt ook voor mij.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Door goed contact te houden met collega’s binnen de vakgroep en daarbuiten. Ik werk met allerlei begeleiders, behandelaren, managers en ondersteunende diensten samen. Het is heel fijn om elkaar op te kunnen zoeken om zorgen te delen en even te reflecteren. Daarnaast is dit een werkomgeving waar we regelmatig lachen met elkaar, dat geeft plezier en verbinding. Verder liggen hier steeds nieuwe uitdagingen. Dat houdt mij, zeker ook in combinatie met het volgen van scholing, fris.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?“Ik doe veel verschillende dingen, en juist die afwisseling maakt het mooi. Het zit in het samen zoeken naar wat er speelt en wat voor nu een begaanbare weg is. Met bewoners en hun naaste zoek ik naar wat deze persoon zin geeft in het leven en wat juist de zin ontneemt. Met teams zoek ik naar wat het beste is om te doen wanneer ze een ethisch dilemma hebben. Op beleidsniveau puzzel ik mee in wat er mogelijk is in alle veranderingen en uitdagingen waar we in de zorg mee te maken hebben. Ik geniet ervan als er ruimte ontstaat waardoor mensen weer perspectief zien.” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“De training ‘Prof op de kaart’, een methodiek met een grote landkaart waar allerlei vragen bij horen. Zoals: wat is nu je positie op de kaart ten aanzien van die vraag, waar zou je naartoe willen en wat heb je nodig om daar te komen? Een mooi hulpmiddel voor individuele gesprekken en in begeleiding van teams. Deze scholing volgde ik met collega’s die net als ik betrokken zijn bij het project ‘samenwerken aan samenwerken’ dat inzet op een betere samenwerking met verwanten en vrijwilligers. In proeftuinen zijn we met elkaar in gesprek en verplaatsen we ons in elkaars perspectief.” Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?“Jazeker. Daar waar ruimte ontstaat, daar is Gods Geest. Daar mogen we ontvangen. Bij de herdenkingsdienst voor bewoners kwam een vrouw die door ongemak en daarbij horend moeilijk gedrag al een tijdje niet meer in de kerk kwam. Maar ze wilde hier graag bij zijn. Nog voor de dienst begon was ze alweer weg, het gaf te veel prikkels. Maar ik kon nog net met haar een kaars aansteken en dat deed haar zichtbaar goed. Op zulke momenten ervaar ik de Geest.” Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?“De masterscriptie van Anouk Helmich: ‘Als ieders stem telt’. Het is een contextuele bijbelstudie van Exodus 4:10-17, gedaan met mensen met en zonder verstandelijke beperking. Over hoe je samen kerk kunt zijn. Ik vind haar aanpak, de stem van mensen met een verstandelijke beperking echt serieus nemen, fantastisch.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“Mijn dooptekst, die ook een rol had bij mijn bevestiging als predikant, resoneert nog weleens: Handelingen 8:31. Filippus stapt bij de Ethiopiër op de wagen zodat ze samen de tekst kunnen uitpluizen die de Ethiopiër leest. Ik vind dat een mooi beeld: samen een stukje op reizen, zoeken, geraakt worden door de ontmoeting en daaruit iets meenemen op het vervolg van je weg. De mensen op de wagen zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig en betekenen allebei iets voor de ander. Zo sta ik ook in mijn werk. Ik mag iets brengen en tegelijkertijd ook zelf geraakt worden.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“Dat ze een plek mag zijn waar mensen zich welkom en veilig voelen, gehoord, gezien en geaccepteerd, en dat zij zelf ook op die manier aanwezig zijn. Bij ons is één keer per jaar de plaatselijke gemeente te gast. Elk jaar hoor ik na afloop van de dienst dat het zo’n verademing is dat mensen zo zichzelf kunnen zijn. Dat er geen schroom is om hardop te bidden voor wie of wat je aan het hart gaat. Dat er geen lange preek nodig is, als je eerlijk met elkaar deelt wat je raakt. Dat het bijna jaloersmakend is om zo waarachtig te kunnen geloven. Ik hoop, met dank aan onze bewoners, dat de kerk bijdraagt aan het laten groeien van oprechte verbindingen tussen mensen.” lees verder |
||
|
Kerkdienst streamen: hoe betrek je thuiskijkende gemeenteleden bij de viering?
In het begin leek het een mooie service voor gemeenteleden die niet naar de kerk konden (in coronatijd: mochten) komen. Bovendien is het missionair wanneer je als kerk te vinden bent op online platformen. Ook bij uitvaarten is het een uitkomst, bijvoorbeeld als familieleden in het buitenland niet kunnen komen en de dienst toch willen meemaken. Kerkomroep.nl en kerkdienstgemist.nl zijn platformen waar vooral kerkbetrokken mensen hun eigen gemeente kunnen vinden, maar op YouTube begeef je je als kerk helemaal in het publieke domein. De keerzijde was dat een grote groep gemeenteleden niet meer naar de kerk kwam toen de deuren weer opengingen, omdat ze het ‘net zo goed’ thuis konden volgen. Het is de vraag of dat werkelijk zo is, want het maakt de kerkganger vooral tot ‘consument’. Eredienst wil ook beleefd worden, als participant: in de kerkruimte kun je meezingen, anderen ontmoeten, samen bidden en de geur van het liturgische seizoen opsnuiven. En samen zingt het toch beter dan alleen thuis op de bank. Kijken nodigt niet altijd uit tot meezingen, eerder tot waarnemen wat zich in de kerk afspeelt. Waar ligt de balans?Maar er gebeurde nog iets merkwaardigs. Soms werd de kerk zo ingerichtVerder lezenKerkdienst online streamen: zo werkt het dat het het mooist uitkwam voor de camera’s: kaarsenstandaards in de juiste hoek geplaatst, de voorganger achter een lezenaar in plaats van de liturgische tafel, de cantorij zo opgesteld dat ze goed zichtbaar was, en soms zelfs de organist in beeld terwijl ze muziek tot eer van God speelde. En er was geregisseerde stilte als de opname begon. Toen het grootste deel van de gemeente tijdens de lockdowns van 2020 en 2021 thuis zat, was dat te begrijpen. Maar als het grootste deel van de gemeente in de kerkruimte zit, kun je je als liturgieteam afvragen waar de balans moet liggen, bij het deel van de gemeente dat in de kerk zit of het deel dat thuis meekijkt. En wat is het doel van wat je in beeld brengt: gaat het erom de kunsten van de organist te zien of om de spirituele functie die de muziek heeft voor ons geloofsleven? Waar ‘gebeurt’ de viering?De belangrijkste vraag is: wat is de blikrichting? Willen we het liturgische ‘gebeuren’ in de kerkzaal bij de mensen thuis brengen, als een tv-programma waarnaar ze kunnen kijken (dus zo comfortabel mogelijk gericht op de ‘buitengroep’)? Of speelt de liturgie zich primair in de kerkzaal af en willen we de mensen thuis daar deelgenoot van maken door ze ‘naar binnen te trekken’? Kijken de mensen naar een ‘voorstelling’ die in de kerk voor hen wordt uitgevoerd, of kunnen de thuiskijkers een ‘verlengstuk’ worden van het liturgische vieren, door ze uit te nodigen mee te bidden, te zingen en actief betrokken te zijn? Kortgezegd: ‘gebeurt’ de viering van de eredienst primair in de kerkruimte, bij de mensen thuis, of allebei? En kan dat tegelijkertijd? Tot wie richt je je?Om een antwoord te vinden op bovenstaande vraag, is het goed om je te realiseren dat het twee verschillende blikrichtingen zijn: van binnen naar buiten, of van buiten naar binnen. Het één sluit het ander zeker niet uit, maar het helpt om je als techniek- en liturgieteam de vraag te stellen op welke doelgroep je je richt, om zo te bepalen hoe je de viering het best communicatief kunt ondersteunen voor de thuiskijker. Zoom je de camera in op de voorganger of helpt het bij het zingen ook dat je uitzoomt en een deel van de gemeente op de rug kijkt, alsof je in de kerkzaal zit en deel bent van de gemeenschap? Betrek de thuiskijkers erbijEen belangrijke regel is: houd rekening met de thuiskijkers en negeer ze niet. Dat betekent niet dat ze voortdurend bediend of benoemd hoeven te worden, maar wel dat er geen exclusieve taal wordt gebruikt die beperkt is tot de kerkgangers binnen de kerkruimte. Bij de mededelingen in de loop van de dienst doet het goed ook de gemeenteleden thuis aan te spreken of via de camera aan te kijken. Ook hier geldt: niet voortdurend, want dat doet kunstmatig aan en sluit de mensen in de kerk uit, maar één zichtbaar moment van oogcontact doet al veel. Een tweede mogelijkheid is om kerkgangers thuis eens in de zoveel tijd even in de voorbeden te noemen. Dat verkleint het gevoel van eenzaamheid van de oudere niet-mobiele thuiskijker die liever in het midden van de gemeente had gezeten. Betrekken in ritueel en sacramentWil je nog een stapje verder zetten in het samen gemeente-zijn, thuis en in de kerkruimte, dan is het goed mogelijk bij rituelen of sacramenten de ‘kerkgangers’ thuis er direct bij te betrekken. Heel eenvoudig is bij het aansteken van de tafelkaarsen de mensen via Verder lezenHoe maak je een goede nieuwsbrief? 8 verbetertips of een melding op het scherm uit te nodigen thuis ook een kaarsje aan te steken, als teken van verbondenheid en toewijding van dit uur aan God, ook thuis. Over de vraag of thuiskijkers ook moeten meedelen in brood en wijn door zelf thuis iets klaar te zetten, is veel discussie. In die discussie mag wat mij betreft het pastorale aspect niet over het hoofd gezien worden: als het heilzaam en helend is doordat mensen zich deel voelen van de gemeenschap, geeft dat voor mij de doorslag. Uit volle borstEen keer – het was nog in coronatijd – zong een gemeente een lied in wisselzang. Nu niet ‘mannen’ en ‘vrouwen’ of ‘links’ en ‘rechts’, maar ‘mensen in de kerk’ en ‘mensen thuis’. Van het tweede couplet klonk in de kerkzaal zelf alleen de orgelbegeleiding. Dat was meer dan een grapje. Gemeenteleden thuis reageerden achteraf dat ze uit volle borst hadden meegezongen. Ze hadden zich gezien gevoeld – en volop deel van de gemeente! ---- In de praktijk“We laten steeds op het scherm zien wat er gebeurt”“In 2015 gingen we van vijf wijkgemeenten naar één. We hebben toen gelijk vijf camera’s en twee schermen geïnstalleerd. Een flinke som geld, maar een goede investering. Er werd een studiogroep gevormd die de camera’s bedient en een beamergroep die de presentatie verzorgt. In coronatijd konden we gewoon verder met hoe we het gewend waren. Omdat de kerk toen vrijwel leeg was, hebben we wel voor levendigheid gezorgd door onder meer liederen als filmpjes op te nemen of een lied op YouTube in te voegen. Maar verder is de praktijk niet heel erg veranderd. Bij het gebed brengen we een kaars in beeld, of het liturgisch bloemstuk. We vermijden het om mensen in beeld te brengen. We zorgen voor veel ondertiteling, zodat thuiskijkers echt mee kunnen maken wat er gelezen of gezongen wordt. Bij de muziek voor de dienst brengen we niet de organist in beeld maar een bloemstuk. In de laatste minuut voordat de dienst begint tonen we een plaat met de woorden ‘In voorbereiding op de dienst worden we stil’. Daarna komen de ambtsdragers binnen. Tijdens de dienst laten we steeds op het scherm zien wat er gebeurt: nu de preek, nu het gebed van de zondag, nu het wachten op de kinderen uit de kinderdienst, zodat mensen thuis echt mee kunnen beleven wat er op dat moment gebeurt.”Marjolein Dohmen, lid van het beamerteam in de Protestantse Gemeente Enschede “Het biedt enorme kansen”“In de tijd van de lockdowns konden we in Mijdrecht, waar ik toen predikant was, al heel snel van start met het streamen van kerkdiensten vanwege een paar vakmensen in de gemeente. We hadden ongelooflijk veel thuiskijkers. Ik preekte in korte blokjes om de spanningsboog van kijkers thuis vast te kunnen houden. Tussendoor was er muziek en beeld. Voor de kinderen hadden we iets bedacht met handpoppen. Dat werkte geweldig goed. En we hadden wekelijks een ‘Blik op de week’: wat is er de afgelopen week gebeurd? Het versterkte de onderlinge verbondenheid. Na corona zijn er nog steeds twee keer zo veel thuiskijkers als mensen in de kerk. In Wilnis en Vinkeveen, waar ik nu predikant ben, is dat net zo. Deels zijn we terug bij het oude patroon, maar we maken nog steeds veel gebruik van visuele mogelijkheden om contact te maken met de kijkers thuis. Illustraties gebruiken bij de overdenking werkt ontzettend goed. Ik omarm het streamen van de diensten, het gaat niet meer weg en het biedt enorme kansen. Het is fantastisch dat mensen de moeite nemen om de dienst thuis mee te vieren, zoals oude mensen en mensen die slecht ter been of ziekelijk zijn. Doe daar niet schamper over. Maak er beleid op en investeer erin.”Erick Versloot, predikant in Wilnis en VinkeveenIn zijn boek Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig?! wijdt Versloot een hoofdstuk aan dit onderwerp. lees verder |
||
|
Financiële duurzaamheid van proefplekken en geloofsgemeenschappen
Drie vormen van balansBij financiële duurzaamheid gaat het om een drievoudige balans: financieel, spiritueel en moreel. De financiële balans betreft de juiste verhouding tussen uitgaven en inkomsten. De spirituele balans gaat over het bij elkaar houden van vertrouwen op God en het nemen van financiële verantwoordelijkheid. De morele balans heeft te maken met bijvoorbeeld de afweging tussen betaalbaarheid en rechtvaardigheid. Bijbelse visie op geld en bezitDe Bijbel spreekt nooit waardenvrij over geld en bezit. Het draait altijd om de vraag: worden Gods belangen gediend of die van de mammon? Geld en bezit zijn instrumenten om goed te doen in Gods koninkrijk, niet doelen op zichzelf. Tegelijk erkent de Bijbel de verleiding van rijkdom en het gevaar van uitsluiting bij financiële ongelijkheid. Veel bijbelse verhalen, vooral in de profeten en evangeliën, gaan over uitbuiting van mensen zonder bezit. Het is daarom belangrijk dat geloofsgemeenschappen openlijk spreken over geld en de inzet van middelen. De kernvraag is: hoe kan bezit dienstbaar zijn aan de missie in Gods koninkrijk? Verantwoordelijkheid én vertrouwenVerschillende bijbelteksten belichten de twee kanten van de spirituele balans: Eigen verantwoordelijkheid
Vertrouwen op God Matteüs 6:24-34 roept op eerst het koninkrijk van God te zoeken. Gericht zijn op het koninkrijk biedt een garantie dat op een of andere manier in het nodige wordt voorzien. Te veel gericht zijn op geld gaat ten koste van de gerichtheid op het koninkrijk. Deze teksten samengenomen leren dat verantwoordelijkheid en vertrouwen samenkomen wanneer de focus blijft liggen op Gods koninkrijk en gerechtigheid. De 'schijf van vijf' voor inkomstenNet zoals een gevarieerd eetpatroon belangrijk is voor gezondheid, geldt dit ook voor de financiën van een geloofsgemeenschap. Het concept van de 'schijf van vijf' helpt bij het nadenken over een gezonde samenstelling van meerdere inkomstenbronnen die elkaar versterken en passen bij de situatie. Drie aanwijzingen voor financiële balans:
Relatie met andere gemeenschappenEen geloofsgemeenschap opereert niet in een vacuüm. Vrijwel altijd is er een relatie met andere kerkelijke gemeenten of gemeenschappen. Twee belangrijke aandachtspunten:
Praktische suggesties voor inkomsten
Ora et labora'Bid en werk' is een oude kloosterwijsheid die aansluit bij de spirituele balans tussen verantwoordelijkheid en vertrouwen. Er kan veel gedaan worden om in balans te blijven, maar evengoed zijn er zaken waarin het louter genade is wat wordt gerealiseerd. Als het op geld aankomt, is het goed om gebed en inzet niet te scheiden, maar wel goed te onderscheiden. Meer weten? Download het volledige, diepgaande artikel als PDF met uitgebreide achtergronden en inspiratie en/of maak als team of kerkenraad gebruik van de online leermodule en andere leermiddelen op de themapagina financiële duurzaamheid. lees verder |
||
|
Rabbijn en predikant in gesprek over geloofsoverdracht aan een nieuwe generatie
Naar de kerk? Als de kinderen klein zijn, gaan ze nog wel mee. Maar zodra de middelbare school begint, verandert er iets. Predikant Winanda de Vroe uit het Brabantse Oisterwijk ziet het bij haar eigen kinderen: “Op zondagochtend is er vaak iets anders: voetbal, huiswerk, of gewoon geen zin.” Ze constateert dat veel gezinnen moeite hebben om hun religieuze tradities door te geven. Haar eigen drie kinderen gingen nog niet eens zo lang geleden altijd mee, vertelt De Vroe. “Heerlijk was dat. Iedereen kende hen, ze hoorden er echt bij.” Maar nu ze 15, 17 en 19 jaar zijn, hebben ze op zondag vaak wel wat anders aan hun hoofd. “Denk aan iets simpels als sporten. Dat gebeurt in Brabant op zondag. Je kinderen willen meedoen met de rest.” De druk van de samenleving schuurt vaak met de traditie. De Vroe ziet het dilemma. “Doe je niks, dan is het geloof binnen twee generaties verloren.” GevaarlijkZe bespreekt de kwestie met rabbijn Hans Groenewoudt, verbonden aan de orthodox-joodse gemeente in Amstelveen. “Is deze worsteling herkenbaar voor jullie?” Groenewoudt knikt instemmend. “Zeer herkenbaar. Wij zijn een kleine, gelovige minderheid in een overwegend seculiere omgeving. De buitenwereld dringt ook onze gezinnen binnen.” Groenewoudt kiest een andere route dan De Vroe, zo blijkt al snel. Ouders kunnen het lastig vinden om vast te houden aan tradities, zeker als kinderen liever andere keuzes maken. Toch zijn er voor Groenewoudt duidelijke grenzen. “Je moet heel helder zijn”, stelt hij. “Als kinderen liever gaan voetballen dan naar de synagoge, dan is er een probleem. Je moet als ouder je poot stijf houden.” Dus voetballen op zaterdag tijdens de sabbat? Groenewoudt: “Nee, dat komt niet im Frage. Natuurlijk moet je uitleggen waarom je bepaalde keuzes maakt, maar het begint met duidelijkheid.” Een relativerende houding vindt hij ronduit gevaarlijk, blijkt uit zijn betoog. Als je toegeeft aan alles wat de buitenwereld vraagt, meent hij, verlies je binnen de kortste keren je religieuze identiteit. Het goede voorbeeldToch is het volgens de rabbijn niet genoeg om alleen maar regels te handhaven. “Een opgeheven vingertje werkt niet”, zegt Groenewoudt die ook lesgeeft op een joodse school voor basis- en voortgezet onderwijs in Amsterdam. “Als je iets verbiedt, moet je ook uitleggen waarom. Kinderen zijn slim. Ze voelen haarfijn aan of iets vanuit overtuiging komt of niet. Ze willen begrijpen wat er van hen verwacht wordt.” Het goede voorbeeld is wat hem betreft cruciaal. “Een kind let ontzettend op wat zijn ouders belangrijk vinden. Je kunt niet van kinderen verwachten dat ze enthousiast zijn over religieuze tradities als jij dat zelf niet bent. Of als jij en je partner er verschillend in staan. De kans is dan groot dat ze hun belangstelling verliezen.” De Vroe verdiept zich al jaren in de joodse wortels van het christendom. Ze is onder de indruk van hoe vanzelfsprekend rituelen in het joodse leven zijn geïntegreerd. “Dat helpt zeker bij het doorgeven van de traditie”, zegt ze. Ze geeft een voorbeeld. “De sabbat wordt niet alleen in de synagoge gevierd, maar ook thuis – met een feestelijk gedekte tafel, kaarsen en gebeden. Als ik uitgenodigd word bij mijn joodse vrienden, dan ontroert me dat altijd weer.” Vasthouden aan traditiesGroenewoudt glimlacht. “Die rustdag is heilig voor ons. Dan gebruiken we geen telefoons, geen auto, en we vermijden werk. De kinderen groeien ermee op, het zit in het ritme van de week. Ze weten: dit is wie wij zijn.” De Vroe: “Bij protestanten is het geloof vaak gekoppeld aan de kerkgang, zie ik om mij heen.” Dat is behoorlijk mager, stelt ze vast. Thuis mist dan de rituele bedding die het geloof iets van het gewone leven maakt. “Veel gezinnen lezen niet meer samen uit de Bijbel, we bidden lang niet meer altijd samen aan tafel. Daardoor verdwijnt het geloof uit de dagelijkse routine. Ik zie dat binnen de protestantse traditie het alleen de orthodoxie eigenlijk goed lukt om dat geloof zo door te geven dat de kinderen ook weer in de traditie verdergaan.” Groenewoudt knikt. Vast blijven houden aan langlopende tradities is belangrijk om het geloof door te geven, stelt hij. “Ga daarover in gesprek met je kinderen. Leg uit waarom je als ouders bepaalde keuzes maakt.” AfhakenDe druk van de buitenwereld mag dan sterk zijn, volgens Groenewoudt heeft het leven in een kleine geloofsgemeenschap ook voordelen. “We zijn misschien klein, maar we horen zó sterk bij elkaar. Gezin, school en synagoge vormen samen een beschermende kring. Dat geeft kinderen houvast en herkenning. Zo proberen we een veilige joodse omgeving te creëren. De gemeenschap is altijd nabij.” Toch is ook in de orthodox-joodse gemeenschap het afhaken voelbaar. “In mijn synagoge zie ik niet veel vaders met kinderen of kleinkinderen.” Hij legt uit hoe dat komt: “Veel jongeren trekken weg, soms omdat ze niet meer naar de synagoge gaan, soms juist omdat ze ergens anders wel in alle vrijheid joods willen leven. Israël, Engeland of Amerika bijvoorbeeld, waar het makkelijker is om op onze manier joods te zijn.” De Vroe: “Er zijn in de orthodox-joodse gemeente dus ook kinderen die afhaken?” Groenewoudt knikt: “Ook bij ons struggelen gezinnen daarmee. Het gevecht met de buitenwereld is niet altijd even makkelijk.” Behoefte aan gemeenschapDe Vroe laat het hoofd niet hangen. Ze ziet ook nieuwe aanwas. “Als mensen kinderen krijgen, gaan ze op zoek. Dan vragen ze zich af: wat wil ik meegeven? Geloof is dan ineens weer in beeld.” Jonge ouders weten de weg naar haar kerk dan ook best te vinden, merkt ze op. “Als er kinderen komen, beginnen veel mensen met een schone lei.” Ook om sociale redenen komt de kerk dan in beeld. “Jonge ouders zoeken verbinding met elkaar.” In haar gemeente loopt ‘kerk op schoot’, een viering voor baby’s en peuters, opvallend goed. Er is behoefte aan gemeenschap, constateert ze. “Een paar jaar geleden interviewde ik een aantal ouders met jonge kinderen. Ik wilde weten wat hen in de kerk bracht. In die gesprekken ging het vaak over gemeenschapsgevoel, gedeelde waarden en het ontmoeten van andere ouders.” Deze behoefte aan gemeenschapszin blijkt belangrijk te zijn voor de betrokkenheid van gezinnen, deelnemen aan activiteiten in de kerk is vervolgens weer een manier om de verbinding te behouden. “De een komt elke zondag, de ander heeft minder belangstelling. Maar we proberen ze allemaal positief te benaderen, ongeacht hun frequentie van aanwezigheid.” Toch erkent ze dat het lastig wordt zodra kinderen groter worden. “Tieners zijn kritisch. Ze willen niet iets doen omdat het ‘moet’.” Hoe zit het eigenlijk met de puber die na vele weken afwezigheid zijn gezicht toch nog laat zien in de kerk van De Vroe? “Die is hartelijk welkom. We hebben nog nooit iemand weggestuurd, dat zullen we ook niet gauw doen, dan moet iemand het wel heel bont maken.” Meer over geloofsopvoeding in de kerkEén van de opdrachten van de gemeente is het opvoeden van de volgende generaties in het geloof. Maar hoe doe je dat? In de serie 'Geloofsopvoeding in de kerk' wordt dat per 'kindermoment' toegelicht. lees verder |
||